Menu
alpine
Alpineskiën is een (wedstrijd)sport die internationaal veel aandacht krijgt. In veel landen in Europa, maar ook in de Verenigde Staten is deze sport ongekend populair. Binnen de wedstrijdsport worden vijf disciplines onderscheiden: slalom, reuzenslalom, super-G, afdaling en alpine-combinatie.

Slalom: Het onderdeel slalom wordt over het algemeen geskied op een piste met een hoogteverschil tussen de 150 en 200 meter. Het traject wordt gekenmerkt door korte opeenvolgende poortjes (met twee palen) afgewisseld in de kleuren rood en blauw. De snelste totaaltijd van twee manches bepaalt de uiteindelijke winnaar.

Reuzenslalom: Bij de reuzenslalom ligt het hoogteverschil tussen de 300 en 400 meter. De poorten staan verder uit elkaar en een poort bestaat uit 2x2 palen (met een vlag tussen de paaltjes), ook weer afwisselend rood en blauw. De skiër maakt langere en dus ook snellere bochten in vergelijking met de slalom. Ook bij dit onderdeel bestaat een wedstrijd uit twee manches.

Super-G: De super-G is een mix van de reuzenslalom en de afdaling. De piste is langer en het hoogteverschil ligt tussen de 450 en 650 meter. De wedstrijd wordt geskied over één manche.

Afdaling: Het oudste en toch wel meest spectaculaire onderdeel van het alpineskiën is de afdaling. Het hoogteverschil ligt tussen de 1700 en 2000 meter en er worden snelheden bereikt van 140 km/uur. Op het parcours is de afstand tussen de poorten groot. De wedstrijd wordt gehouden over één run.

Alpine-combinatie: Bij de alpine-combinatie start de skiër zowel op de afdaling als op de slalom. De winnaar is degene die op beide onderdelen het beste resultaat bereikt.
Nationale selectie alpine
  • Maarten Meiners
    Alpine Skiën
Sponsoren